Gods verhevenheid is zeer dichtbij, alom en intens betrokken op de mensen en wat hen bezighoudt. Als mens zijn wij “eindig”. Dat gaat samen met beperktheid, isolement en individualiteit, wat de drang naar zelfbehoud voedt en conflicten teweeg brengt met de andere mensen die eindig zijn zoals wij. De oneindigheid van God is daar vrij van. Enig besef daarvan kan een mens hebben op momenten waarop we een ander echt liefhebben en een verbondenheid ontstaat die zich geen vragen stelt.
Jezus’ afdalen naar ons leven hier op aarde mogen we niet begrijpen als een neerbuigen uit de hoogte: de Mens zonder zonde zou zich mengen onder de menigte zondaars, al hoort Hij daar eigenlijk niet thuis. Nee: Nederigheid is alleen maar zuiver wanneer zij niet gezocht wordt. Gods nederigheid is Zijn manier van zijn, ook die van Jezus. God is “God-met-ons”. Jezus buigt zich niet over de zondaars neer, Hij is met hen. Hij die zonder zonde is, maakt zich tot zondaar. Zijn solidariteit is ten volle, zonder te doen alsof. Totaal en echt.