5 april 2025 ✝ Zaterdag in de 4e week van de Veertigdagentijd

Lezingen

Evangelielezing

Lezing

Hymne

742

Psalmen

1189

Lauden

Hymne

742

Psalmen

1193

KS

272

Middaggebed

Hymne

762

Psalmen

1197

KS

221

Vespers

Hymne

740

Psalmen

771

KS

273

Completen

Hymne

682

Psalmen

1201

Eerste lezing

Jer. 11, 18-20

Toen God de Heer mij waarschuwde, besefte ik pas; Gij hebt mij inderdaad hun plannen laten zien.
Ik was argeloos als een lam dat ter slachting geleid wordt; ik vermoedde niet wat ze tegen mij beraamden:
‘We vellen de boom in zijn volle kracht. We bannen hem uit het land van de levenden, zodat zijn naam niet meer worden genoemd.’
Heer, God van de hemelse machten, uw oordeel is rechtvaardig, Gij doorgrondt hart en nieren.
Laat mij dan zien, hoe Ge U op hen wreekt; ik heb immers mijn zaak in uw handen gelegd.

Antwoordpsalm

Psalmen 7,2-3.9bc-10.11-12.

Heer, mijn God, tot U vlucht ik,
verlos mij van mijn vervolgers.
Anders slepen de leeuwen mij mee,
verscheuren zij mij zonder redding.

Verschaf snij recht naar verdienste,
omdat ik niet schuldig ben.
Eindig het onrecht, bevestig het recht,
rechtvaardige God, die de harten kent.

Het schild dat mij dekt is God,
oprechte harten beschermt Hij.
Hij is een rechtvaardig rechter,
een altijd dreigende God.

Evangelie

Joh. 7, 40-53

Bij het horen van Jezus’ woorden zeiden sommigen van het volk: ‘Dit is inderdaad de profeet.’
Anderen zeiden: ‘Het is de Messias.’ Weer anderen wierpen op: ‘Komt de Messias soms uit Galilea?
Heeft de Schrift niet gezegd, dat de Messias komen zal uit het geslacht van David en uit Betlehem, het dorp waar David woonde?’
Zo ontstond er dus om Hem verdeeldheid onder het volk.
Sommigen hunner wilden Hem gevangennemen, maar niemand sloeg de hand aan Hem.
Toen dan ook de dienaars bij de hogepriesters en Farizeeën terugkwamen, vroegen dezen hun: ‘Waarom hebt gij Hem niet meege­bracht?’
De dienaars antwoordden: ‘Nooit heeft iemand zo gesproken als die man.’
Waarop de Farizeeën zeiden: ‘Hebt gij u soms ook laten bedriegen?
Heeft dan een van de overheden of van de Farizeeën in Hem geloofd?
Dat volk, ja, dat de Wet niet kent; vervloekt zijn ze!’
Maar een uit hun kring, Nikode­mus, die vroeger bij Jezus gekomen was, merkte op:
‘Veroordeelt onze Wet iemand zonder hem eerst te horen en te vernemen wat hij doet?’
Zij gaven hem ten antwoord: ‘Zijt gij soms ook uit Galilea? Zoek maar na en gij zult zien dat de profeet niet uit Galilea opstaat.’
Toen ging ieder naar huis.